Vocabulary
374 words · page 6 of 15
geldbedragA2
sum of money
Vul het geldbedrag in cijfers in.
geldbeheerB1
money management
De gemeente geeft cursussen over geldbeheer.
geldleningB1
money loan
Voor een geldlening moet je je inkomen aantonen.
geldreserveB1
cash reserve
Houd altijd een kleine geldreserve achter de hand.
geldstroomB2
cash flow
De geldstromen zijn moeilijk te volgen.
geldtransactieB1
money transaction
Elke geldtransactie staat op je afschrift.
geldverkeerB1
money traffic, payments
Het geldverkeer verloopt tegenwoordig bijna digitaal.
geldzorgenA2
money worries
Veel gezinnen hebben geldzorgen.
groeicijferB2
growth figure
Het groeicijfer viel lager uit dan verwacht.
handelsbalansB2
trade balance
Nederland heeft een positieve handelsbalans.
handelsoverschotB2
trade surplus
Nederland heeft een groot handelsoverschot.
heffingskortingB2
tax credit
Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting.
herinneringB1
reminder
Ik kreeg een herinnering voor een onbetaalde rekening.
herinneringsmailB2
reminder e-mail
Na de herinneringsmail volgt een aanmaning.
herverdelingB2
redistribution
Belastingen zorgen voor herverdeling van inkomen.
hoogconjunctuurB2
economic boom
In een hoogconjunctuur is personeel schaars.
huishoudboekjeB2
household accounts
Zij houdt een huishoudboekje bij.
huismerkB2
store brand
Het huismerk is vaak net zo goed.
huurautoB2
rental car
Een huurauto is voor één weekend goedkoper.
huurbetalingB1
rent payment
De huurbetaling gaat automatisch van mijn rekening.
huurmarktB2
rental market
De vrije huurmarkt is onbetaalbaar geworden.
huurprijsB1
rental price
De huurprijs gaat elk jaar omhoog.
huurtoeslagB1
rent allowance
Ik ontvang huurtoeslag van de Belastingdienst.
hypotheekB1
mortgage
Zij hebben een hypotheek van dertig jaar.
hypotheekrenteB2
mortgage interest
De hypotheekrente is fors gestegen.

