Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

198 كلمة · صفحة 8 من 8

  • voorkomenA2

    يحدث؛ يمنع

    Dat probleem komt hier vaak voor.

  • vragenA2

    يسأل

    Mag ik iets vragen?

  • wachtenA2

    ينتظر

    Ik wacht al een half uur.

  • wandelenA1

    يتمشى

    We gaan zondag wandelen.

  • wassenA2

    يغسل

    Ik moet nog kleren wassen.

  • weggaanA2

    يغادر

    Wanneer ga je weg?

  • weggooienA2

    يرمي

    Gooi het oude papier weg.

  • werkenA1

    يعمل

    Zij werkt in een ziekenhuis.

  • wetenA1

    يعرف

    Ik weet het niet.

  • willenA1

    يريد

    Ik wil graag koffie.

  • wisselenA2

    يصرف (نقودا)

    Kunt u dit briefje van vijftig wisselen?

  • wonenA1

    يسكن

    Wij wonen in Utrecht.

  • wordenA2

    يصبح

    Hij wil dokter worden.

  • zeggenA1

    يقول

    Wat zei je?

  • zettenA1

    يضع (قائما)

    Zet de stoel bij het raam.

  • ziekmeldenA2

    يبلغ عن مرضه

    Je moet je voor negen uur ziekmelden.

  • zienA1

    يرى

    Ik zie je morgen.

  • zijnA1

    يكون

    Ik ben blij dat je er bent.

  • zingenA2

    يغني

    Op verjaardagen zingen we een lied.

  • zittenA1

    يجلس

    Zij zit op de bank.

  • zoekenA2

    يبحث

    Ik zoek mijn sleutels.

  • zorgenA2

    يحرص؛ يعتني

    Ik zorg dat het op tijd klaar is.

  • zullenA1

    سوف

    Zullen we koffie drinken?