المفردات
804 كلمة · صفحة 8 من 33
envelopA1
ظرف
Doe de brief in een envelop.
ervaringA2
خبرة
Voor deze functie is ervaring nodig.
erwtA1
بازلاء
Erwtensoep is een Nederlands wintergerecht.
etenA1
طعام
Nederlands eten is soms heel simpel.
etiketA2
ملصق
Kijk even op het etiket.
examendatumA2
موعد الامتحان
De examendatum staat nog niet vast.
factuurA2
فاتورة
De factuur moet binnen 14 dagen betaald worden.
familieA1
عائلة
Mijn familie komt zondag eten.
familiebezoekA1
زيارة عائلية
Zondag hebben we familiebezoek.
familielidA1
فرد من العائلة
Er komt een familielid op bezoek.
februariA1
فبراير
In februari is het meestal koud.
feestA1
حفلة
Zaterdag is er een feest.
fietsA2
دراجة
In Nederland gaat bijna iedereen met de fiets.
fietsenstallingA2
موقف الدراجات
Zet je fiets in de fietsenstalling.
fietspompA2
منفاخ الدراجة
Heb je een fietspomp voor me?
fietsrouteA2
مسار الدراجات
Deze fietsroute gaat door het bos.
fietsslotA2
قفل الدراجة
Vergeet je fietsslot niet.
fietsverhuurA2
تأجير الدراجات
Bij het station is een fietsverhuur.
filmA1
فيلم
We kijken vanavond een film.
flesA1
زجاجة
Er staat een fles wijn op tafel.
flesjeA2
زجاجة صغيرة
Neem een flesje water mee.
fotoA1
صورة
Dit is een foto van mijn familie.
foutA1
خطأ
Ik heb een fout gemaakt.
fruitA2
فاكهة
Op mijn werk staat er altijd fruit.
functieA2
منصب
In welke functie werk je?

