المفردات
2021 كلمة · صفحة 79 من 81
woordkeuzeB1
اختيار الكلمات
Let op je woordkeuze in een formele brief.
wordenA2
يصبح
Hij wil dokter worden.
worstA1
نقانق
Bij de slager kocht ik worst.
wortelA1
جزرة
Doe de wortels in de soep.
yoghurtA1
لبن زبادي
Ik eet yoghurt bij het ontbijt.
zachtA1
ناعم
Dit kussen is lekker zacht.
zakA1
جيب؛ كيس
Mijn sleutels zitten in mijn zak.
zakkenB1
يرسب
Hij is helaas gezakt voor het examen.
zalfA2
مرهم
Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.
zaterdagA1
السبت
Op zaterdag doe ik boodschappen.
zebrapadA2
ممر المشاة
Steek over bij het zebrapad.
zeeB1
بحر
De zee is vandaag onrustig.
zeepA1
صابون
Was je handen met zeep.
zeggenA1
يقول
Wat zei je?
zekerA2
متأكد
Weet je dat zeker?
zeldenA2
نادرا
Ik ga zelden naar de bioscoop.
zelfA1
بنفسه
Dat heb ik zelf gemaakt.
zelfstandigB1
مستقل
Je moet in deze functie zelfstandig kunnen werken.
zelfstandigheidB1
الاستقلالية
De functie vraagt veel zelfstandigheid.
zelfstudieB1
دراسة ذاتية
Naast de les doe ik veel zelfstudie.
zenuwachtigA2
متوتر
Ik ben zenuwachtig voor het examen.
zesA1
ستة
We eten om zes uur.
zestigA1
ستون
Mijn vader is zestig geworden.
zettenA1
يضع (قائما)
Zet de stoel bij het raam.
zevenA1
سبعة
Een week heeft zeven dagen.

