المفردات
1493 كلمة · صفحة 7 من 60
blikjeA2
علبة معدنية
In de koelkast staat nog een blikje.
bloedA2
دم
Ze hebben mijn bloed onderzocht.
bloeddrukA2
ضغط الدم
De dokter meet eerst uw bloeddruk.
bloedonderzoekB1
تحليل الدم
Het bloedonderzoek liet niets bijzonders zien.
bloemB1
زهرة
Ik heb bloemen voor haar gekocht.
bloemkoolA1
قرنبيط
Vanavond eten we bloemkool.
bodemB1
تربة
De bodem hier is erg vruchtbaar.
bodemsoortB1
نوع التربة
De bodemsoort bepaalt wat er kan groeien.
boekA1
كتاب
Ik lees elke avond een boek.
boeteB1
غرامة
Ik heb een boete gekregen voor te hard rijden.
bonA2
إيصال
Bewaar de bon voor de garantie.
boodschappenA2
مشتريات
Ik doe zaterdag boodschappen.
boodschappenlijstjeA2
قائمة التسوق
Ik maak altijd een boodschappenlijstje.
boodschappentasA2
كيس التسوق
Neem je eigen boodschappentas mee.
boomB1
شجرة
Voor het huis staat een grote boom.
boomsoortB1
نوع الشجر
Welke boomsoort groeit hier het beste?
boonA1
فاصولياء
Er staan bonen op het menu.
bordA1
طبق
Zet de borden op tafel.
borgA2
تأمين (وديعة)
De borg krijg je later terug.
borstA1
صدر
Hij voelt pijn op zijn borst.
bosB1
غابة
We wandelen graag in het bos.
bosgebiedB1
منطقة حرجية
Het bosgebied is beschermd.
boterA1
زبدة
Doe wat boter op je brood.
boterhamA1
شطيرة
Ik neem twee boterhammen mee.
breedA1
عريض
Dit is een brede straat.

