المفردات
1493 كلمة · صفحة 50 من 60
vakantieadresB1
عنوان الإقامة في العطلة
Geef je vakantieadres door aan je buren.
vakantiebestemmingB1
وجهة عطلة
Spanje is een populaire vakantiebestemming.
vakantiedagenA2
أيام الإجازة
Ik heb nog tien vakantiedagen over.
vakantieparkB1
منتجع عطلات
We huren een huisje op een vakantiepark.
vakantieplanningB1
تخطيط العطلة
De vakantieplanning maken we in januari.
vakonderdeelB1
جزء من المادة
Elk vakonderdeel wordt apart getoetst.
veerbootA2
عبّارة
De veerboot vertrekt elk half uur.
veiligheidsgordelB1
حزام الأمان
Doe je veiligheidsgordel om.
vensterbankA1
حافة النافذة
Op de vensterbank staan planten.
ventilatieA2
التهوية
Goede ventilatie voorkomt schimmel.
verA1
بعيد
Is het nog ver?
veranderingA2
تغيير
Dat is een grote verandering voor ons.
verantwoordelijkheidB1
مسؤولية
Zij krijgt steeds meer verantwoordelijkheid.
verbandA2
ضمادة
Doe er even een verband omheen.
verblijfsdocumentB1
وثيقة الإقامة
Neem je verblijfsdocument mee naar de afspraak.
verblijfsvergunningB1
تصريح إقامة
Zijn verblijfsvergunning is met vijf jaar verlengd.
verdiepingA1
طابق
Wij wonen op de derde verdieping.
verduidelijkingB1
توضيح
Ik vroeg om verduidelijking van de regels.
verenigingB1
جمعية
Hij is lid van een sportvereniging.
vergaderingA2
اجتماع
De vergadering begint om negen uur.
vergoedingA2
تعويض
Je krijgt een vergoeding voor de reiskosten.
vergunningsaanvraagB1
طلب ترخيص
De vergunningsaanvraag is goedgekeurd.
verhogingB1
زيادة
De verhoging van de huur gaat in juli in.
verhuisberichtB1
إشعار تغيير العنوان
Stuur een verhuisbericht naar de gemeente.
verhuisdoosA2
صندوق نقل
We hebben vijftig verhuisdozen nodig.

