المفردات
1768 كلمة · صفحة 50 من 71
het servetA2
منديل مائدة
Er liggen servetten op tafel.
de serviceA2
خدمة الزبائن
De service in deze winkel is altijd erg goed.
de servicekostenA2
رسوم الخدمات
De servicekosten komen boven op de huur.
de sfeerB1
جوّ
Op het feest was een gezellige sfeer.
het shirtA1
قميص
Hij draagt een wit shirt.
de showA2
عرض ترفيهي
De show begint om acht uur in het theater.
de sinaasappelA1
برتقالة
Ik pers elke ochtend een sinaasappel.
de situatieA2
وضع
Leg de situatie even uit.
de slaA1
خس
Er ligt sla in de koelkast.
de slaapA1
نوم
Ik heb te weinig slaap gehad.
het slaapgebrekA2
قلة النوم
Door slaapgebrek kan ik me slecht concentreren.
de slaapkamerA1
غرفة نوم
Wij hebben twee slaapkamers.
het slachtofferA1
الضحية
Het slachtoffer is aanspreekbaar.
de slagerA2
جزار
Bij de slager is het vlees beter.
de sleutelA2
مفتاح
Ik ben mijn sleutel kwijt.
het sleutelbosA1
حزمة مفاتيح
Mijn sleutelbos ligt op de kast.
het slotB1
قفل
Doe de deur altijd op slot als je weggaat.
في الختام (tot slot)
Tot slot wil ik iedereen bedanken voor zijn komst.
de smaakA2
طعم
De smaak is een beetje zoet.
de snackA2
وجبة خفيفة
Neem een gezonde snack mee.
de sneeuwB1
ثلج
In Nederland valt weinig sneeuw.
de snelheidB1
سرعة
De maximale snelheid op deze weg is tachtig.
de snelheidslimietB1
حد السرعة
Binnen de bebouwde kom geldt een snelheidslimiet van 30.
de snelwegA2
طريق سريع
Op de snelweg mag je honderd.
de snijplankA2
لوح تقطيع
Snijd de groente op de snijplank.
het snoepA1
سكاكر، حلويات
Kinderen eten te veel snoep.

