المفردات
1756 كلمة · صفحة 48 من 71
retournerenA2
retourneerde · hebben geretourneerd
يرجع البضاعة
Je kunt het binnen 14 dagen retourneren.
de retourzendingA2
إرجاع الشحنة
De retourzending is gratis.
zich richtenA1انعكاسي
richtte · hebben gericht
يستهدف، يركّز على
De cursus richt zich op beginners.
de richtingA2
اتجاه
Je moet de andere richting op.
de rijA2
طابور
Er staat een lange rij bij de kassa.
rijdenA2شاذّ
reed · reden · hebben/zijn gereden
يقود
Hij rijdt elke dag naar zijn werk.
rijkA1
غني
Zij komt uit een rijke familie.
de rijstA1
أرز
We eten vanavond rijst met groente.
de ringA2
خاتم
Hij kocht een gouden ring voor zijn vriendin.
de rivierA2
نهر
De rivier loopt door de stad.
roepenA1شاذّ
riep · riepen · hebben geroepen
ينادي
Roep me als je klaar bent.
roerenA2
roerde · hebben geroerd
يقلّب
Blijf roeren tot de saus dik wordt.
de rokA1
تنورة
Ze draagt vandaag een lange blauwe rok.
de rommelA1
فوضى
Wat een rommel in deze kamer!
rondA1
دائري
De tafel is rond.
حوالي، حول
De vergadering begint rond twee uur.
roodA1
أحمر
Ze draagt een rode jas.
de roomA1
قشدة
Wil je room bij de koffie?
het roosterA2
جدول
Het rooster voor volgende week hangt er.
de rotondeA2
دوار
Neem op de rotonde de tweede afslag.
rozeA1
وردي
Zij draagt een roze jurk.
de rugA1
ظهر
Ik heb last van mijn rug.
de rugzakA1
حقيبة ظهر
Mijn boeken zitten in mijn rugzak.
ruikenA2شاذّ
rook · roken · hebben geroken
يشم
Het ruikt hier lekker.
ruilenA2
ruilde · hebben geruild
يستبدل
Kan ik deze jas ruilen?
de rustA2
راحة
De dokter zei dat ik rust nodig heb.

