المفردات
1768 كلمة · صفحة 48 من 71
de rustA2
راحة
De dokter zei dat ik rust nodig heb.
de ruzieA2
شجار
Ze hebben ruzie over geld.
de saladeA1
سلطة
Bij het vlees eten we salade.
het salarisA2
راتب
Het salaris wordt aan het einde van de maand betaald.
de salarisschaalA2
سلم الرواتب
Ik zit in salarisschaal 7.
de salarisstrookA2
كشف الراتب
Bewaar je salarisstrook goed.
het saldoB1
رصيد
Mijn saldo is bijna nul.
de samenlevingA2
مجتمع
De samenleving verandert snel.
de samenvattingB1
ملخص
Schrijf een korte samenvatting van de tekst.
de samenwerkingA2
تعاون
De samenwerking tussen de afdelingen verloopt goed.
het sapA1
عصير
Een glas sap, alstublieft.
de sausA1
صلصة
Wil je saus bij de patat?
de schaarA1
مقص
Heb je een schaar voor me?
de schadeB1
ضرر
De storm heeft veel schade aan de daken veroorzaakt.
de schaduwB1
ظل
Ga even in de schaduw zitten.
het schermA2
شاشة (عرض)
Het scherm van mijn laptop is kapot.
het schilderijA2
لوحة
Het schilderij hangt in het Rijksmuseum.
de schimmelA2
عفن
In de badkamer zit schimmel op de muur.
het schipA2
سفينة
Het schip vaart vanavond van Rotterdam naar Engeland.
de schoenA1
فردة حذاء
Deze schoen past niet, hij is te klein.
de schoolA1
مدرسة
Mijn kinderen gaan hier naar school.
de schoolgidsA2
دليل المدرسة
In de schoolgids staan alle regels.
het schoolrapportA2
التقرير المدرسي
Het schoolrapport komt in juli.
de schooltijdA2
أوقات الدراسة
Na schooltijd gaan de kinderen naar de opvang.
de schoolvakantieA2
العطلة المدرسية
In de schoolvakantie zijn de lessen vrij.

