المفردات
1784 كلمة · صفحة 41 من 72
ontmoetenA2
ontmoette · hebben ontmoet
يلتقي
Ik heb haar op een cursus ontmoet.
ontslaanA2شاذّ
ontsloeg · ontsloegen · hebben ontslagen
يفصل من العمل
Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.
ontvangenA1شاذّ
ontving · ontvingen · hebben ontvangen
يستلم
Ik heb je bericht ontvangen.
het ontwerpA2
تصميم
Het ontwerp won een prijs.
ontwikkelenA1
ontwikkelde · hebben ontwikkeld
يطوّر (شيئاً)
Het bedrijf ontwikkelt een nieuwe app.
zich ontwikkelenانعكاسي
ينمو، يتطوّر
Kinderen ontwikkelen zich in hun eigen tempo.
de ontwikkelingA1
تطور
Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.
de onzinA2
هراء
Wat hij zegt, is complete onzin.
het oogA1
عين
Er zit iets in mijn oog.
de oogartsA2
طبيب عيون
De huisarts stuurde mij naar de oogarts.
ooitA2
يومًا ما
Ben jij ooit in Amsterdam geweest?
ookA1
أيضا
Ik kom ook mee.
de oomA1
عم
Mijn oom woont in Duitsland.
het oorA1
أذن
Mijn oor doet pijn.
de oorlogA2
حرب
Mijn grootvader heeft de oorlog als kind meegemaakt.
de oorpijnA2
ألم الأذن
Het kind heeft oorpijn.
het oostenA2
الشرق
De zon komt op in het oosten.
opA1
على
Zet de kopjes op de tafel.
de opaA1
جد
Mijn opa vertelt graag verhalen.
opbellenA2قابل للانفصال
belde op · hebben opgebeld
يتصل هاتفيا
Ik bel je morgen op.
opbergenA2قابل للانفصالشاذّ
borg op · borgen op · hebben opgeborgen
يخزّن
Berg je spullen op in de kast.
de opdrachtA2
مهمة، تكليف
Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.
openA1
مفتوح
De winkel is nog open.
openbaarA1
عام
De vergadering is openbaar.
openenA1
opende · hebben geopend
يفتح
De winkel opent om negen uur.
de operatieA2
عملية جراحية
De operatie is goed gegaan.

