المفردات
1493 كلمة · صفحة 39 من 60
richtingA2
اتجاه
Je moet de andere richting op.
rijA2
طابور
Er staat een lange rij bij de kassa.
rijbewijsB1
رخصة قيادة
Zonder rijbewijs mag je niet rijden.
rijbewijsverlengingB1
تجديد رخصة القيادة
De rijbewijsverlenging regel je bij de gemeente.
rijexamenB1
امتحان القيادة
Ik ben geslaagd voor mijn rijexamen.
rijgedragB1
سلوك القيادة
Zijn rijgedrag is de laatste tijd rustiger.
rijgeschiktheidB1
الأهلية للقيادة
Boven de 75 wordt de rijgeschiktheid gekeurd.
rijlesB1
درس قيادة
Ik neem sinds maart rijles.
rijstA1
أرز
We eten vanavond rijst met groente.
rijstrookB1
مسار المرور
De rechter rijstrook is afgesloten.
rijvaardigheidB1
مهارة القيادة
Bij het examen wordt je rijvaardigheid getest.
rivierB1
نهر
De rivier loopt door de stad.
rommelA1
فوضى
Wat een rommel in deze kamer!
roodA1
أحمر
Ze draagt een rode jas.
roomA1
قشدة
Wil je room bij de koffie?
roosterA2
جدول
Het rooster voor volgende week hangt er.
rotondeA2
دوار
Neem op de rotonde de tweede afslag.
routeB1
مسار
Dit is de snelste route.
rozeA1
وردي
Zij draagt een roze jurk.
rugA1
ظهر
Ik heb last van mijn rug.
rugzakA1
حقيبة ظهر
Mijn boeken zitten in mijn rugzak.
rustA2
راحة
De dokter zei dat ik rust nodig heb.
saladeA1
سلطة
Bij het vlees eten we salade.
salarisA2
راتب
Het salaris wordt aan het einde van de maand betaald.
salarisschaalA2
سلم الرواتب
Ik zit in salarisschaal 7.

