المفردات
1768 كلمة · صفحة 32 من 71
het legerA1
الجيش
Het leger hielp bij de evacuatie.
de legitimatieB1
إثبات الهوية
Bij de balie moet u legitimatie tonen.
de leiderB1
قائد
De leider van de groep vertelt waar we heen gaan.
de leidingB1
قيادة؛ أنبوب
Zij heeft de leiding over het hele project.
de leidinggevendeB1
مدير
Bespreek dat met je leidinggevende.
de lengteA2
طول
Wat is je lengte en je gewicht?
de leningB1
قرض
Hij sloot een lening af voor de auto.
de lenteA1
ربيع
In de lente bloeien de tulpen.
de lepelA1
ملعقة
Ik eet soep met een lepel.
de leraarA2
معلم
De leraar legt het nog een keer uit.
de lesA1
درس
De les Nederlands begint om negen uur.
het lesmateriaalA2
المواد التعليمية
Het lesmateriaal krijg je bij de eerste les.
de lesmethodeB1
طريقة التدريس
Deze lesmethode werkt goed voor volwassenen.
het lesroosterA2
جدول الحصص
Het lesrooster hangt bij de ingang.
de lesuitvalB1
إلغاء الدروس
Door ziekte was er veel lesuitval.
het lesuurA2
حصة دراسية
Een lesuur duurt vijftig minuten.
de letterA1
حرف
Schrijf je naam met grote letters.
de leugenB1
كذبة
Dat verhaal over de hond was een leugen.
levenA1
leefde · hebben geleefd
يعيش
Mijn opa leeft nog en is al negentig jaar.
het leven
حياة
Het leven hier is heel anders.
de leveringA2
تسليم
De levering duurt drie werkdagen.
de levertijdA2
مدة التسليم
De levertijd is drie werkdagen.
het lichaamA1
جسم
Beweging is goed voor je lichaam.
de lichaamsbewegingB1
النشاط البدني
Dagelijkse lichaamsbeweging is belangrijk.
het lichtA1
ضوء
Doe het licht even aan.
خفيف؛ فاتح
Deze jas is heel licht, ideaal voor de zomer.
het lidA2
عضو (في جمعية)
Ik ben vorig jaar lid geworden van de bibliotheek.

