المفردات
804 كلمة · صفحة 31 من 33
werkA1
عمل
Ik ga om acht uur naar mijn werk.
werkafspraakA2
ترتيب عمل
We maken hierover een werkafspraak.
werkbriefjeA2
كشف ساعات العمل
Lever je werkbriefje op vrijdag in.
werkdagA2
يوم عمل
Het was een lange werkdag.
werkgeverA2
صاحب العمل
Mijn werkgever betaalt de cursus.
werkinstructieA2
تعليمات العمل
Lees de werkinstructie goed door.
werkomgevingA2
بيئة العمل
Ik heb een prettige werkomgeving.
werkoverzichtA2
نظرة عامة على العمل
Maak elke maandag een werkoverzicht.
werkplanA2
خطة العمل
We maken eerst een werkplan.
werkplekA2
مكان العمل
Mijn werkplek is bij het raam.
werktijdA2
ساعات العمل
Mijn werktijd is van acht tot vijf.
werkweekA2
أسبوع العمل
Een werkweek is hier 36 uur.
winkelA2
متجر
De winkel is op zondag gesloten.
winkelcentrumA2
مركز تسوق
Het winkelcentrum is net verbouwd.
winkelierA2
صاحب المتجر
De winkelier kent al zijn klanten.
winkelketenA2
سلسلة متاجر
Deze winkelketen heeft filialen door het hele land.
winkelmandjeA2
سلة التسوق
Voor een paar dingen pak ik een winkelmandje.
winkelpersoneelA2
موظفو المتجر
Het winkelpersoneel helpt je graag.
winkeltijdenA2
أوقات عمل المتجر
De winkeltijden staan op de deur.
winkelwagenA2
عربة تسوق
Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.
winterA1
شتاء
De winter is hier nat en koud.
woensdagA1
الأربعاء
Woensdag zijn de kinderen vrij.
wondA1
جرح
Maak de wond eerst schoon.
wondverzorgingA2
العناية بالجرح
De verpleegkundige doet de wondverzorging.
woningA2
مسكن
Een betaalbare woning vinden is moeilijk.

