المفردات
1756 كلمة · صفحة 24 من 71
het hoofdgerechtA2
الطبق الرئيسي
Het hoofdgerecht was vis met groente.
de hoofdpijnA2
صداع
Ik heb de hele dag hoofdpijn.
de hoofdstadA2
العاصمة
Amsterdam is de hoofdstad van Nederland.
hoogA1
عالٍ
Dat gebouw is heel hoog.
hopelijkA2
نأمل أن
Hopelijk is het morgen mooi weer voor het feest.
hopenA1
hoopte · hebben gehoopt
يأمل
Ik hoop dat het lukt.
horenA1
hoorde · hebben gehoord
يسمع
Ik hoor je niet goed.
ينتمي إلى، يكون جزءًا من
Deze oefening hoort bij hoofdstuk drie.
het horlogeA1
ساعة يد
Mijn horloge loopt achter.
het hotelA1
فندق
We slapen twee nachten in een hotel in Brugge.
houdbaarA2
صالح للاستهلاك
De melk is nog twee dagen houdbaar.
de houdbaarheidsdatumA2
تاريخ الصلاحية
Kijk even naar de houdbaarheidsdatum.
houdenA1شاذّ
hield · hielden · hebben gehouden
يمسك؛ يحب
Ik houd van koffie.
het houtA2
خشب
De tafel in onze keuken is van hout.
de huidA1
بشرة
Bescherm je huid tegen de zon.
huilenA1
huilde · hebben gehuild
يبكي
De baby huilt de hele nacht.
het huisA1
منزل
Ik woon in een klein huis.
de huisapotheekA2
صيدلية منزلية
Zorg voor een goede huisapotheek.
de huisartsA2
طبيب عام
Je gaat eerst naar de huisarts.
de huisartsenpostA2
عيادة الطوارئ العامة
's Avonds belt u de huisartsenpost.
de huisbaasA2
صاحب البيت
Ik heb de huisbaas gebeld over de kraan.
de huisgenootA1
شريك السكن
Mijn huisgenoot kookt vanavond.
de huisregelsA2
قواعد السكن
Lees de huisregels van het gebouw.
de hulpA1
مساعدة
Bedankt voor je hulp.
hurenA2
huurde · hebben gehuurd
يستأجر
Wij huren een appartement van een woningcorporatie.
de huurA2
إيجار
De huur moet voor de eerste van de maand betaald worden.

