المفردات
113 كلمة · صفحة 2 من 5
gemeubileerdA2
مفروش
Wij zoeken een gemeubileerde woning.
geschiktA2
مناسب
Deze woning is geschikt voor een gezin.
gestrestA2
متوتر
Voor het examen was ik erg gestrest.
gezelligB1
ممتع ودافئ
Het was een gezellige avond.
gezondA2
صحي
Hij eet heel gezond.
goedkoopA2
رخيص
Deze winkel is vrij goedkoop.
gratisA2
مجاني
De eerste les is gratis.
groenA1
أخضر
Het licht is groen, je mag gaan.
halfA1
نصف
Het is half acht.
handigA1
عملي، مفيد
Dat is een handige app.
hardA1
صلب؛ عالٍ
Het bed is te hard.
hoogA1
عالٍ
Dat gebouw is heel hoog.
jarigA1
صاحب عيد الميلاد
Mijn zoon is vandaag jarig.
jongA1
شاب
Zij is nog heel jong.
klaarA2
جاهز
Het eten is klaar.
klantgerichtB1
موجه نحو العميل
Wij werken klantgericht.
kleinA1
صغير
Mijn kamer is klein maar gezellig.
kortA1
قصير
Het was maar een korte pauze.
kosteloosB1
بدون تكلفة
Het advies is kosteloos.
koudA1
بارد
Het eten is koud geworden.
kwaadA2
غاضب
Hij werd kwaad om die opmerking.
laatA1
متأخر
Sorry dat ik te laat ben.
langzaamA1
بطيء
Kunt u wat langzamer praten?
leegA1
فارغ
Mijn glas is leeg.
lekkerA2
لذيذ
Deze soep is heel lekker.

