المفردات
1756 كلمة · صفحة 12 من 71
datA1
أنّ
Ik denk dat de trein vandaag later komt.
de datumA1
تاريخ (اليوم)
Wat is de datum van vandaag?
de deadlineA2
الموعد النهائي
De deadline is vrijdag.
het debatA2
مناظرة
Het debat werd live uitgezonden.
decemberA1
ديسمبر
In december zijn er veel feestdagen.
het deelA1
جزء
Het eerste deel van de cursus is klaar.
het dekbedA1
لحاف
In de winter gebruik ik een dik dekbed.
delenA1
deelde · hebben gedeeld
يقاسم، يقسّم
We delen de kosten samen.
de democratieA2
ديمقراطية
In een democratie telt elke stem.
denkenA1شاذّ
dacht · dachten · hebben gedacht
يفكر
Ik denk dat het goed komt.
derdeA1
الثالث
Hij werd derde in de wedstrijd.
dertigA1
ثلاثون
Ik ben dertig jaar oud.
de deurA1
باب
Doe je de deur even dicht?
de deurmatA2
ممسحة الباب
Veeg je voeten op de deurmat.
dezelfdeA2
نفس الـ
Wij hebben dezelfde leraar als vorig jaar.
dichtA1
مغلق
Op zondag zijn de winkels dicht.
dichtbijA1
قريب
De school is heel dichtbij.
het dieetA2
حمية
Hij volgt een streng dieet.
de dienstregelingA2
جدول المواعيد
De dienstregeling verandert in december.
het dienstverbandA2
علاقة التوظيف
Zij heeft een vast dienstverband.
diepA2
عميق
Het water is hier te diep om te staan.
het dierA1
حيوان
In het park zie je veel dieren.
de DigiDA2
الهوية الرقمية الحكومية
Met DigiD log je in bij de overheid.
digitaalA2
رقمي
Het examen wordt digitaal afgenomen.
dikA1
سميك
Trek een dikke jas aan.

