Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

444 كلمة · صفحة 11 من 18

  • passenA2

    paste · hebben gepast

    يقيس (ملابس)

    Mag ik deze broek even passen?

  • pinnenA2

    pinde · hebben gepind

    يدفع بالبطاقة

    Kan ik hier pinnen?

  • plaatsenB1

    plaatste · hebben geplaatst

    يضع، ينشر

    Ik heb een advertentie op de website geplaatst.

  • plaatsvindenB1قابل للانفصالشاذّ

    vond plaats · vonden plaats · hebben plaatsgevonden

    يُقام، يحدث

    De bijeenkomst vindt plaats in het buurthuis.

  • plannenA2

    plande · hebben gepland

    يخطط

    We moeten de verhuizing naar Utrecht goed plannen.

  • poetsenA1

    poetste · hebben gepoetst

    ينظف بالفرشاة

    Poets je tanden twee keer per dag.

  • pratenA1

    praatte · hebben gepraat

    يتحدث

    We praten straks verder.

  • presenterenB1

    presenteerde · hebben gepresenteerd

    يقدّم (عرضًا)

    Morgen presenteer ik mijn werkstuk voor de klas.

  • presterenB1

    presteerde · hebben gepresteerd

    يؤدي بمستوى

    Onder druk presteert hij juist beter.

  • printenA2

    printte · hebben geprint

    يطبع

    Kun je dit formulier even printen?

  • proberenA1

    probeerde · hebben geprobeerd

    يجرب

    Wil je dit even proberen?

  • producerenB1

    produceerde · hebben geproduceerd

    يُنتج

    Deze fabriek produceert kaas voor heel Europa.

  • proevenA2

    proefde · hebben geproefd

    يتذوق

    Wil je even proeven of het goed is?

  • publicerenA1

    publiceerde · hebben gepubliceerd

    ينشر

    De krant publiceerde het rapport gisteren.

  • radenA1شاذّ

    raadde · raadden · hebben geraden

    يخمّن

    Raad eens wie ik zag!

  • rakenB1

    raakte · hebben/zijn geraakt

    يصيب؛ يصبح

    Hij is bij het ongeluk gewond geraakt.

  • reagerenA1

    reageerde · hebben gereageerd

    يستجيب

    Hij heeft nog niet op mijn mail gereageerd.

  • zich realiserenA2انعكاسي

    realiseerde · hebben gerealiseerd

    يدرك

    Ik realiseerde me pas later wat er gebeurd was.

  • reddenB1

    redde · hebben gered

    ينقذ؛ يتدبّر

    De brandweer heeft de kat uit de boom gered.

  • regelenA2

    regelde · hebben geregeld

    يرتب، ينظم

    Ik regel het morgen wel.

  • registrerenB1

    registreerde · hebben geregistreerd

    يسجّل (رسميًا)

    Je moet je bij de gemeente laten registreren.

  • reizenA1

    reisde · hebben/zijn gereisd

    يسافر

    Ik reis elke dag met de trein.

  • rekenenA2

    rekende · hebben gerekend

    يحسب

    Ik moet even rekenen hoeveel het kost.

  • remmenB1

    remde · hebben geremd

    يكبح

    Bij regen moet je eerder remmen.


    de remmen

    فرامل (جمع rem)

    De remmen van mijn fiets doen het niet meer.

  • rennenA1

    rende · hebben/zijn gerend

    يركض

    De kinderen rennen door de tuin.