Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

11 كلمة · صفحة 1 من 1

  • wachtenA2

    ينتظر

    Ik wacht al een half uur.

  • wandelenA1

    يتمشى

    We gaan zondag wandelen.

  • wassenA2

    يغسل

    Ik moet nog kleren wassen.

  • weggaanA2

    يغادر

    Wanneer ga je weg?

  • weggooienA2

    يرمي

    Gooi het oude papier weg.

  • werkenA1

    يعمل

    Zij werkt in een ziekenhuis.

  • wetenA1

    يعرف

    Ik weet het niet.

  • willenA1

    يريد

    Ik wil graag koffie.

  • wisselenA2

    يصرف (نقودا)

    Kunt u dit briefje van vijftig wisselen?

  • wonenA1

    يسكن

    Wij wonen in Utrecht.

  • wordenA2

    يصبح

    Hij wil dokter worden.