Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

40 كلمة · صفحة 2 من 2

  • werkenA1

    werkte · hebben gewerkt

    يعمل

    Zij werkt in een ziekenhuis.


    يعمل (عن جهاز)

    De lift werkt vandaag niet.

  • de wetA1

    قانون

    Dat is bij wet verboden.

  • wetenA1شاذّ

    wist · wisten · hebben geweten

    يعرف

    Ik weet het niet.

  • wieA1

    مَن؟

    Wie is dat?

  • willenA1شاذّ

    wilde · wilden · hebben gewild

    يريد

    Ik wil graag koffie.

  • de winterA1

    شتاء

    De winter is hier nat en koud.

  • witA1

    أبيض

    De muren zijn wit geverfd.

  • de woensdagA1

    الأربعاء

    Woensdag zijn de kinderen vrij.

  • de wondA1

    جرح

    Maak de wond eerst schoon.

  • wonenA1

    woonde · hebben gewoond

    يسكن

    Wij wonen in Utrecht.

  • de woonkamerA1

    غرفة المعيشة

    De woonkamer is het grootst.

  • het woordA1

    كلمة

    Ik ken dit woord nog niet.

  • wordenA1شاذّ

    werd · werden · zijn geworden

    يصبح

    Hij wil dokter worden.


    (فعل مساعد للمبني للمجهول)

    De brief wordt morgen verstuurd.

  • de worstA1

    نقانق

    Bij de slager kocht ik worst.

  • de wortelA1

    جزرة

    Doe de wortels in de soep.


    جذر

    De wortel van deze boom komt door het tegelpad heen.