المفردات
139 كلمة · صفحة 1 من 6
saladeA1
سلطة
Bij het vlees eten we salade.
salarisA2
راتب
Het salaris wordt aan het einde van de maand betaald.
salarisschaalA2
سلم الرواتب
Ik zit in salarisschaal 7.
salarisstrookA2
كشف الراتب
Bewaar je salarisstrook goed.
saldoB1
رصيد
Mijn saldo is bijna nul.
samenvattingB1
ملخص
Schrijf een korte samenvatting van de tekst.
samenwerkingB1
تعاون
De samenwerking tussen de afdelingen verloopt goed.
sapA1
عصير
Een glas sap, alstublieft.
sausA1
صلصة
Wil je saus bij de patat?
schaarA1
مقص
Heb je een schaar voor me?
schaduwB1
ظل
Ga even in de schaduw zitten.
schimmelA2
عفن
In de badkamer zit schimmel op de muur.
schoenenA1
حذاء
Deze schoenen zijn te klein.
schoolA1
مدرسة
Mijn kinderen gaan hier naar school.
schoolgidsA2
دليل المدرسة
In de schoolgids staan alle regels.
schoolrapportA2
التقرير المدرسي
Het schoolrapport komt in juli.
schooltijdA2
أوقات الدراسة
Na schooltijd gaan de kinderen naar de opvang.
schoolvakantieA2
العطلة المدرسية
In de schoolvakantie zijn de lessen vrij.
schoonA1
نظيف
De keuken is weer schoon.
schoondochterA1
كنّة
Onze schoondochter komt uit Spanje.
schoonmaakmiddelA2
مادة تنظيف
Dit schoonmaakmiddel werkt goed op tegels.
schoonmoederA1
حماة
Mijn schoonmoeder komt zondag eten.
schoonvaderA1
حمو
Mijn schoonvader helpt vaak in de tuin.
schoonzoonA1
صهر (زوج الابنة)
Haar schoonzoon werkt in de bouw.
schoonzusA1
سلفة
Mijn schoonzus komt uit Italië.

