المفردات
8 كلمة · صفحة 1 من 1
raamA1
نافذة
Het raam staat open.
rijstA1
أرز
We eten vanavond rijst met groente.
rommelA1
فوضى
Wat een rommel in deze kamer!
roodA1
أحمر
Ze draagt een rode jas.
roomA1
قشدة
Wil je room bij de koffie?
rozeA1
وردي
Zij draagt een roze jurk.
rugA1
ظهر
Ik heb last van mijn rug.
rugzakA1
حقيبة ظهر
Mijn boeken zitten in mijn rugzak.

