المفردات
78 كلمة · صفحة 3 من 4
doorA1
عبر؛ بسبب
We liepen door het park.
doorgevenB1
ينقل، يبلّغ
Kun je dat aan je collega doorgeven?
doorverbindenB1
يحوّل المكالمة
Ik verbind u door met de juiste afdeling.
doorverwijzenB1
يحيل
De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis.
doosA1
صندوق
De boeken zitten in een doos.
dorpA1
قرية
Zij komt uit een klein dorp.
dorstA1
عطش
Heb je dorst?
doucheA1
دش
Ik neem 's ochtends een douche.
downloadenA2
يُنزّل
Download de app op je telefoon.
dragenA1
يرتدي؛ يحمل
Hij draagt een zwarte jas.
drankA2
مشروب
Wat voor drank wil je erbij?
drempelA1
عتبة
Pas op voor de drempel bij de deur.
drieA1
ثلاثة
De les duurt drie uur.
dringendB1
عاجل
Dit is een dringend bericht.
drinkenA1
يشرب
Wat wil je drinken?
dromenA1
يحلم
Ik droomde vannacht over mijn familie.
droogA1
جاف
De was is nog niet droog.
droogteB1
جفاف
Door de droogte mag je de tuin niet sproeien.
druifA1
عنب
Deze druiven zijn erg zoet.
drukA2
مزدحم
Het is druk in de stad.
duidelijkB1
واضح
Is het nu duidelijk?
duizendA1
ألف
Er kwamen duizend bezoekers.
dunA1
رفيع
Snijd het brood dun.
durenA2
يستغرق
Hoe lang duurt de les?
durvenA1
يجرؤ
Ik durf het niet te vragen.

