المفردات
43 كلمة · صفحة 1 من 2
bakkenA2شاذّ
bakte · bakten · hebben gebakken
يقلي، يخبز
Ik bak een ei voor het ontbijt.
beantwoordenB1
beantwoordde · hebben beantwoord
يُجيب عن
Beantwoord de vragen in hele zinnen.
bedankenA1
bedankte · hebben bedankt
يشكر
Ik wil je bedanken voor je hulp.
bedenkenA2شاذّ
bedacht · bedachten · hebben bedacht
يبتكر، يخترع (فكرة)
Wie heeft dit plan bedacht?
zich bedenkenانعكاسي
يغيّر رأيه
Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.
bedervenA2شاذّ
bedierf · bedierven · zijn bedorven
يفسد
Vlees bederft snel in de warmte.
bedoelenA1
bedoelde · hebben bedoeld
يقصد
Wat bedoel je precies?
beginnenA1شاذّ
begon · begonnen · zijn begonnen
يبدأ
De les begint om negen uur.
begrijpenA1شاذّ
begreep · begrepen · hebben begrepen
يفهم
Ik begrijp de vraag niet helemaal.
behandelenB1
behandelde · hebben behandeld
يعالج؛ يعامل
De huisarts behandelt mijn klachten met rust en medicijnen.
bekijkenA2شاذّ
bekeek · bekeken · hebben bekeken
يطّلع على، يشاهد
Wil je de foto's van de vakantie bekijken?
belevenA2
beleefde · hebben beleefd
يعيش تجربة
Iedereen beleeft zo'n dag anders.
bellenA1
belde · hebben gebeld
يتّصل (هاتفيًا)
Ik bel je vanavond na het eten.
belovenB1
beloofde · hebben beloofd
يعد
Hij beloofde het morgen af te maken.
benaderenB1
benaderde · hebben benaderd
يتواصل مع
U kunt ons per e-mail benaderen.
bepalenA1
bepaalde · hebben bepaald
يحدد
Jij mag bepalen waar we eten.
bereidenA2
bereidde · hebben bereid
يُعدّ (طعاما)
Dit gerecht is makkelijk te bereiden.
bereikenA1
bereikte · hebben bereikt
يصل إلى
Je kunt mij het beste per mail bereiken.
beschermenB1
beschermde · hebben beschermd
يحمي
Zonnebrandcrème beschermt je huid tegen de zon.
beschrijvenB1شاذّ
beschreef · beschreven · hebben beschreven
يصف
Kunt u beschrijven hoe de man eruitzag?
beslissenB1
besliste · hebben beslist
يحسم
Je moet zelf beslissen welke opleiding je kiest.
besluitenA2شاذّ
besloot · besloten · hebben besloten
يقرر
We hebben besloten te verhuizen.
besprekenB1شاذّ
besprak · bespraken · hebben besproken
يناقش
Dat bespreken we morgen in de vergadering.
bestaanA1شاذّ
bestond · bestonden · hebben bestaan
يوجد
Zo'n regel bestaat hier niet.
bestedenB1
besteedde · hebben besteed
يُنفق، يقضي (وقتًا)
Hoeveel geld besteed jij per maand aan boodschappen?
bestellenA2
bestelde · hebben besteld
يطلب
Zullen we pizza bestellen?

