المفردات
189 كلمة · صفحة 7 من 8
brievenbusA1
صندوق البريد
Er zit post in de brievenbus.
brilA1
نظارة
Zonder bril zie ik niets.
broekA1
بنطال
Deze broek is te lang.
broerA1
أخ
Mijn broer woont in België.
broodA1
خبز
Ik eet elke ochtend brood.
brugA2
جسر
De brug is open voor een boot.
brugopeningB1
فتح الجسر
Door de brugopening stond het verkeer stil.
bruinA1
بني
Ik eet liever bruin brood.
budgetA2
ميزانية شخصية
Mijn budget voor deze maand is op.
budgetplanningB1
تخطيط الميزانية
Met goede budgetplanning kom je beter uit.
buikA1
بطن
Ik heb buikpijn.
buikpijnA2
ألم في البطن
Het kind heeft buikpijn.
buitenB1
في الخارج
De kinderen spelen buiten.
buitenlampA1
مصباح خارجي
De buitenlamp gaat automatisch aan.
buitenruimteA2
مساحة خارجية
De woning heeft geen buitenruimte.
buitensportB1
رياضة في الهواء الطلق
Buitensport is gezond, ook in de winter.
burenA2
جيران
Onze buren zijn erg vriendelijk.
burgerhulpB1
مساعدة المواطنين
Voor burgerhulp kun je bij het loket terecht.
burgerinitiatiefB1
مبادرة المواطنين
Het burgerinitiatief kreeg veel handtekeningen.
burgerplichtB1
واجب المواطن
Belasting betalen is een burgerplicht.
burgerrechtB1
حق مدني
Stemmen is een burgerrecht.
burgerservicenummerB1
رقم خدمة المواطن
U hebt uw burgerservicenummer nodig.
burgerzakenB1
قسم شؤون المواطنين
Voor een paspoort ga je naar Burgerzaken.
busA2
حافلة
De bus stopt voor het station.
bushokjeA2
مظلة الحافلة
We schuilden in het bushokje voor de regen.

