المفردات
280 كلمة · صفحة 3 من 12
aansturenB1
يدير، يوجّه
Zij stuurt een team van acht mensen aan.
aantalA2
عدد
Het aantal deelnemers groeit.
aantekeningB1
ملاحظة مكتوبة
Maak aantekeningen tijdens de les.
aantonenB2
يثبت
Het onderzoek toont aan dat de aanpak werkt.
aanvaardenB2
يقبل
Zij aanvaardde de uitslag zonder protest.
aanvoelenB2
يستشعر
Zij voelde meteen aan dat er iets mis was.
aanvraagformulierB1
استمارة الطلب
Het aanvraagformulier vindt u op de website.
aanvraagprocedureB2
إجراءات التقديم
De aanvraagprocedure duurt acht weken.
aanvragenB1
يقدم طلبا
Je kunt de toeslag online aanvragen.
aanvullenB1
يكمّل، يضيف
Wil iemand dat nog aanvullen?
aanwezigA2
حاضر
Je moet minstens 80% aanwezig zijn.
aanwezigheidB2
الحضور
Wij stellen uw aanwezigheid op prijs.
aardappelA1
بطاطس
We eten vanavond aardappelen.
aardbeiA1
فراولة
In juni zijn de aardbeien het lekkerst.
aardbevingB2
زلزال
Door gaswinning ontstonden aardbevingen.
aardeB2
الأرض
De aarde warmt sneller op dan verwacht.
aardgasB2
الغاز الطبيعي
De winning van aardgas is stopgezet.
aardlaagB2
طبقة أرضية
Elke aardlaag vertelt iets over het verleden.
aardolieB2
النفط الخام
Plastic wordt gemaakt van aardolie.
aardrijkskundeB2
الجغرافيا
Bij aardrijkskunde behandelen we klimaatzones.
aardwarmteB2
الحرارة الجوفية
Met aardwarmte verwarm je hele wijken.
aarzelenB2
يتردد
Hij aarzelde voordat hij antwoordde.
aarzelingB2
تردد
Na enige aarzeling stemde hij toe.
abonneeB2
مشترك
De krant verloor duizenden abonnees.
abonnementB2
اشتراك
Ik heb een abonnement op die krant.

