المفردات
41 كلمة · صفحة 1 من 2
bankA2
بنك
Ik heb een rekening bij deze bank.
bankrekeningA2
حساب بنكي
Je hebt een bankrekening nodig voor je salaris.
bedragA2
مبلغ
Het bedrag staat onderaan de rekening.
belastingA2
ضريبة
Je moet elk jaar belasting aangeven.
betaalbaarA2
في المتناول
Een betaalbare woning is moeilijk te vinden.
betaalmethodeA2
طريقة الدفع
Welke betaalmethode gebruikt u?
betalingA2
دفعة
De betaling is nog niet binnen.
bijbaanA2
عمل جانبي
Naast mijn studie heb ik een bijbaan.
biljetA2
ورقة نقدية
Kunt u dit biljet van vijftig wisselen?
budgetA2
ميزانية شخصية
Mijn budget voor deze maand is op.
contantA2
نقدا
Wij nemen geen contant geld aan.
factuurA2
فاتورة
De factuur moet binnen 14 dagen betaald worden.
geldA2
مال
Ik heb geen geld bij me.
geldautomaatA2
صراف آلي
Er staat een geldautomaat bij de supermarkt.
geldbedragA2
مبلغ مالي
Vul het geldbedrag in cijfers in.
geldzorgenA2
هموم مالية
Veel gezinnen hebben geldzorgen.
inkomenA2
دخل
Zijn inkomen is dit jaar gestegen.
kortingskaartA2
بطاقة خصم
Met een kortingskaart reis je goedkoper.
kostenA2
تكاليف
De kosten vallen mee.
maandbedragA2
المبلغ الشهري
Het maandbedrag is 45 euro.
minimumloonA2
الحد الأدنى للأجور
Hij verdient het minimumloon.
muntA2
قطعة نقدية
Heb je een munt van twee euro?
muntgeldA2
نقود معدنية
Voor de kar heb je muntgeld nodig.
opnameA2
سحب نقدي
Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.
pinbetalingA2
الدفع بالبطاقة
Alleen pinbetaling is hier mogelijk.

