المفردات
120 كلمة · صفحة 4 من 5
maandlastenB1
الأعباء الشهرية
Mijn maandlasten zijn dit jaar gestegen.
minimumloonA2
الحد الأدنى للأجور
Hij verdient het minimumloon.
muntA2
قطعة نقدية
Heb je een munt van twee euro?
muntgeldA2
نقود معدنية
Voor de kar heb je muntgeld nodig.
opnameA2
سحب نقدي
Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.
overboekenB1
يحوّل مبلغا
Ik heb het bedrag gisteren overgeboekt.
pinbetalingA2
الدفع بالبطاقة
Alleen pinbetaling is hier mogelijk.
pinnenA2
يدفع بالبطاقة
Kan ik hier pinnen?
pinpasA2
بطاقة مصرفية
Mijn pinpas werkt niet meer.
prijsafspraakB1
اتفاق على السعر
We hebben vooraf een prijsafspraak gemaakt.
prijsindicatieB1
مؤشر السعر
Kunt u een prijsindicatie geven?
prijsverhogingA2
زيادة السعر
Er komt een prijsverhoging van vijf procent.
prijsverschilA2
فرق السعر
Het prijsverschil tussen beide winkels is groot.
rekeningA2
فاتورة، حساب
De rekening komt volgende week.
rekeningnummerA2
رقم الحساب
Geef je rekeningnummer door.
rekeningoverzichtB1
كشف الحساب
Op het rekeningoverzicht zie je alles terug.
renteA2
فائدة
De rente op de spaarrekening is laag.
rentetariefB1
سعر الفائدة
Het rentetarief van deze lening is hoog.
salarisstrookA2
كشف الراتب
Bewaar je salarisstrook goed.
saldoB1
رصيد
Mijn saldo is bijna nul.
schuldA2
دين
Hij heeft schulden bij de bank.
schuldeiserB1
الدائن
De schuldeiser wil een betalingsregeling.
spaardoelB1
هدف الادخار
Mijn spaardoel is een eigen woning.
spaargeldA2
مدخرات
We gebruiken ons spaargeld voor de verbouwing.
spaarplanB1
خطة ادخار
Ik heb een spaarplan voor de studie van mijn kinderen.

