المفردات
99 كلمة · صفحة 2 من 4
gordijnA2
ستارة
Doe de gordijnen even dicht.
hekA1
سياج، بوابة
Doe het hek achter je dicht.
huisbaasA2
صاحب البيت
Ik heb de huisbaas gebeld over de kraan.
huisregelsA2
قواعد السكن
Lees de huisregels van het gebouw.
huurA2
إيجار
De huur moet voor de eerste van de maand betaald worden.
huurcontractA2
عقد إيجار
Lees het huurcontract goed door.
huurderA2
مستأجر
De huurder moet kleine reparaties zelf doen.
huurverhogingA2
زيادة الإيجار
De huurverhoging gaat in juli in.
isolatieA2
عزل
Betere isolatie verlaagt de energierekening.
kachelA1
مدفأة
Zet de kachel wat hoger.
kamerA1
غرفة
Mijn kamer is niet zo groot.
kastA1
خزانة
Je jas hangt in de kast.
kelderA1
قبو
De fietsen staan in de kelder.
keukenA1
مطبخ
De keuken is net schoongemaakt.
koelkastA1
ثلاجة
De melk staat in de koelkast.
kraanA2
صنبور
De kraan lekt al een week.
kussenA1
وسادة
Dit kussen is te hard.
lakenA1
ملاءة
De lakens moeten in de was.
lampA1
مصباح
De lamp in de gang is kapot.
lichtA1
ضوء
Doe het licht even aan.
liftA2
مصعد
De lift is kapot.
matrasA1
مرتبة
Dit matras is te zacht voor mij.
meubelsA2
أثاث
We hebben nieuwe meubels gekocht.
muurA1
جدار
Aan de muur hangt een schilderij.
onderhoudA2
صيانة
Het onderhoud van de tuin kost tijd.

