المفردات
14 كلمة · صفحة 1 من 1
schimmelA2
عفن
In de badkamer zit schimmel op de muur.
schoonA1
نظيف
De keuken is weer schoon.
schoonmaakmiddelA2
مادة تنظيف
Dit schoonmaakmiddel werkt goed op tegels.
schoorsteenA1
مدخنة
Uit de schoorsteen komt rook.
schuurA1
سقيفة
De fietsen staan in de schuur.
servicekostenA2
رسوم الخدمات
De servicekosten komen boven op de huur.
slaapkamerA1
غرفة نوم
Wij hebben twee slaapkamers.
sleutelA2
مفتاح
Ik ben mijn sleutel kwijt.
sleutelbosA1
حزمة مفاتيح
Mijn sleutelbos ligt op de kast.
spiegelA1
مرآة
Er hangt een spiegel in de gang.
stoelA1
كرسي
Neem een stoel en ga zitten.
stofzuigerA2
مكنسة كهربائية
Waar staat de stofzuiger?
stopcontactA1
مقبس كهربائي
Er is hier geen stopcontact.
storingA2
عطل
Er is een storing in de verwarming.

