المفردات
25 كلمة · صفحة 1 من 1
keelA1
حلق
Ik heb pijn in mijn keel.
keelpijnA2
التهاب الحلق
Ik heb keelpijn en kan slecht slikken.
keukenweegschaalB2
ميزان مطبخ
Weeg de bloem op een keukenweegschaal.
keuringB2
الفحص الطبي
Voor deze functie is een keuring verplicht.
kiesB2
ضرس
Er moet een kies getrokken worden.
kinA1
ذقن
Hij stootte zijn kin bij het vallen.
kinderartsB2
طبيب الأطفال
De kinderarts stelde de ouders gerust.
kinderziekteB2
مرض الطفولة
Waterpokken is een klassieke kinderziekte.
klachtB1
شكوى
Vertel de arts precies wat uw klachten zijn.
klachtenformulierB1
استمارة الشكوى
Vul eerst het klachtenformulier in.
kleuterB2
طفل ما قبل المدرسة
Kleuters leren vooral door te spelen.
klierB2
غدة
De klieren in zijn hals zijn opgezet.
kneuzingB2
كدمة
Het is geen breuk, alleen een kneuzing.
knieA1
ركبة
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
koekenpanB2
مقلاة
Verhit de koekenpan eerst goed.
koelketenB2
سلسلة التبريد
De koelketen mag nergens onderbroken worden.
koolhydraatB2
كربوهيدرات
Brood bestaat vooral uit koolhydraten.
koortsA2
حمى
Het kind heeft koorts.
kraakbeenB2
الغضروف
Het kraakbeen in de knie slijt.
kraamzorgB2
رعاية ما بعد الولادة
Na de bevalling krijg je een week kraamzorg.
kroonB2
تاج السن
Er komt een kroon op deze tand.
kruidB2
عشب توابل
Verse kruiden maken het gerecht af.
kruisallergieB2
حساسية متصالبة
Bij hooikoorts komt kruisallergie voor appels vaak voor.
kruisbesmettingB2
التلوث المتبادل
Gebruik aparte planken om kruisbesmetting te voorkomen.
kuurB2
دورة علاجية
Maak de kuur helemaal af.

