المفردات
15 كلمة · صفحة 1 من 1
genezenA2
يشفى، يُشفي
De wond is goed genezen.
gewichtB1
وزن
Hij is de laatste tijd op gewicht gebleven.
gewondA2
مصاب
Bij het ongeluk raakte niemand gewond.
gezichtA1
وجه
Was je gezicht met koud water.
gezondA2
صحي
Hij eet heel gezond.
gezondheidB1
صحة
Zorg goed voor je gezondheid.
gezondheidsadviesB1
نصيحة صحية
Vraag je huisarts om gezondheidsadvies.
gezondheidscentrumB1
مركز صحي
In het gezondheidscentrum zitten meerdere huisartsen.
gezondheidscheckB1
فحص صحي
Mijn werkgever betaalt een jaarlijkse gezondheidscheck.
gezondheidsklachtB1
شكوى صحية
Meld gezondheidsklachten altijd bij je huisarts.
gezondheidstoestandA2
الحالة الصحية
Zijn gezondheidstoestand is stabiel.
gezondheidsvoorlichtingB1
التوعية الصحية
Scholen geven gezondheidsvoorlichting.
gipsA2
جبيرة جبسية
Zijn arm zit zes weken in het gips.
griepA2
إنفلونزا
Half kantoor heeft de griep.
griepprikA2
لقاح الإنفلونزا
Ouderen krijgen elk jaar een griepprik.

