المفردات
144 كلمة · صفحة 6 من 6
vegetarischA2
نباتي
Hebben jullie ook vegetarische gerechten?
versA2
طازج
Dit brood is niet meer vers.
visA1
سمك
Op vrijdag eten we vaak vis.
vlaA1
كاسترد
Als toetje eten we vla.
vleesA1
لحم
Zij eet geen vlees.
voedingsmiddelA2
مادة غذائية
Sommige voedingsmiddelen bevatten veel zout.
voedingswaardeA2
القيمة الغذائية
De voedingswaarde staat op de verpakking.
voedselA2
غذاء
Er wordt veel voedsel weggegooid.
voorgerechtA2
طبق أول
Als voorgerecht nemen we soep.
voorraadkastA2
خزانة المؤن
Het meel staat in de voorraadkast.
vorkA1
شوكة
Er ligt geen vork op tafel.
vriezerA2
مجمّد
Het brood ligt in de vriezer.
warmA1
دافئ، ساخن
De soep is nog warm.
worstA1
نقانق
Bij de slager kocht ik worst.
wortelA1
جزرة
Doe de wortels in de soep.
yoghurtA1
لبن زبادي
Ik eet yoghurt bij het ontbijt.
zoetA2
حلو
Deze appel is heel zoet.
zoutA1
ملح
Er zit te veel zout in.
zuurA2
حامض
De melk is zuur geworden.

