المفردات
201 كلمة · صفحة 7 من 9
spontaniteitB2
العفوية
Zijn spontaniteit maakt hem geliefd.
spotB2
السخرية
Hij dreef de spot met zijn eigen fouten.
sprakeloosB2
عاجز عن الكلام
Het nieuws maakte ons sprakeloos.
stemmingB2
المزاج، الأجواء
De stemming in de zaal sloeg om.
stemmingswisselingB2
تقلب المزاج
Stemmingswisselingen horen bij de puberteit.
teleurstellingB2
خيبة أمل
De uitslag was een grote teleurstelling.
tevredenheidB2
الرضا
De tevredenheid onder werknemers is gestegen.
thuisgevoelB2
الشعور بأنك في بيتك
Na drie jaar kreeg zij eindelijk een thuisgevoel.
tweestrijdB2
صراع داخلي
Zij zat in tweestrijd over het aanbod.
twijfelB2
شك
Er bestaat twijfel over de resultaten.
twijfelgevalB2
حالة مشكوك فيها
Dit is duidelijk een twijfelgeval.
vastberadenheidB2
العزيمة
Met grote vastberadenheid zette zij door.
veerkrachtB2
المرونة النفسية
Kinderen hebben vaak veel veerkracht.
veiligheidsgevoelB2
الإحساس بالأمان
Betere verlichting vergroot het veiligheidsgevoel.
verbazingB2
دهشة
Tot mijn verbazing kwam hij toch.
verbitteringB2
المرارة
Uit zijn woorden sprak verbittering.
verbondenheidB2
الشعور بالانتماء
Sport geeft veel mensen een gevoel van verbondenheid.
verbouwereerdB2
مذهول
Hij keek verbouwereerd om zich heen.
verdrietB2
حزن
Hij probeerde zijn verdriet te verbergen.
vergevingB2
المغفرة
Vergeving kost tijd.
verhoudingB2
علاقة، نسبة
De verhouding tussen collega's is zakelijk.
verlangenB2
شوق، رغبة
Hij had een sterk verlangen naar huis.
verlegenheidB2
الخجل
Zijn verlegenheid verdwijnt zodra hij over werk praat.
verliefdheidB2
الوقوع في الحب
De eerste verliefdheid duurt zelden lang.
verlovingB2
الخطوبة
De verloving werd op het feest bekendgemaakt.

