المفردات
334 كلمة · صفحة 6 من 14
humorB2
روح الدعابة
Zijn humor is heel droog.
hunkerenB2
يتوق
Hij hunkert naar rust.
hypocrietB2
منافق
Ik vind die kritiek nogal hypocriet.
imponerenB2
يُبهر
Haar kennis van de stof imponeerde de commissie.
indrukwekkendB2
مثير للإعجاب
De tentoonstelling was indrukwekkend.
irritatieB2
انزعاج
Zijn opmerking wekte irritatie op.
irriterenB2
يزعج
Dat geluid irriteert mij mateloos.
isolementB2
العزلة
Sociaal isolement is slecht voor de gezondheid.
jaloersA2
غيور
Hij is een beetje jaloers op zijn broer.
jaloezieB2
الغيرة
Jaloezie is zelden een goede raadgever.
knikkenB2
يومئ برأسه
Hij knikte instemmend.
koesterenB2
يعتز بـ
Zij koestert de herinnering aan die zomer.
koppigB2
عنيد
Hij is te koppig om zijn fout toe te geven.
koppigheidB2
العناد
Zijn koppigheid maakte het gesprek lastig.
kwaadA2
غاضب
Hij werd kwaad om die opmerking.
kwetsbaarB2
هش، ضعيف
Ouderen zijn een kwetsbare groep.
kwetsbaarheidB2
الهشاشة
Kwetsbaarheid tonen vraagt moed.
kwetsenB2
يجرح المشاعر
Die opmerking kwetste haar diep.
kwetsendB2
مؤذٍ، جارح
Die opmerking was onnodig kwetsend.
kwinkslagB2
نكتة ذكية
Hij eindigde zijn speech met een kwinkslag.
leedvermaakB2
الشماتة
Er klonk enig leedvermaak in zijn stem.
levenslustB2
حب الحياة
Ondanks alles behield hij zijn levenslust.
levensmoedB2
شجاعة مواجهة الحياة
Na het slechte nieuws verloor hij zijn levensmoed.
liefhebbenB2
يحب
Zij had haar vak oprecht lief.
loyaliteitB2
الولاء
Zijn loyaliteit aan het team is groot.

