المفردات
7 كلمة · صفحة 1 من 1
teleurgesteldA2
خائب الأمل
Hij was teleurgesteld in het resultaat.
teleurstellendB2
مخيّب للآمال
De opkomst was teleurstellend.
terneergeslagenB2
محبَط
Hij zat terneergeslagen in de wachtkamer.
terughoudendB2
متحفظ
De minister reageerde terughoudend.
tevredenB2
راضٍ
Zij is tevreden met het resultaat.
troostendB2
مواسٍ
Zij zei iets troostends.
trotsB2
فخور، فخر
Ze is trots op wat ze bereikt heeft.

