المفردات
44 كلمة · صفحة 1 من 2
onbehagenB2
الشعور بعدم الارتياح
Er heerst een gevoel van onbehagen onder de bevolking.
onbeleefdheidB2
قلة الأدب
Zulke onbeleefdheid accepteren wij niet.
onbetrouwbaarheidB2
عدم الموثوقية
De onbetrouwbaarheid van die bron is bekend.
onbewogenB2
غير متأثر
Hij bleef onbewogen onder de kritiek.
onenigheidB2
خلاف
Er ontstond onenigheid over de aanpak.
ongeduldB2
نفاد الصبر
Hij wachtte vol ongeduld op het antwoord.
ongeduldigA2
غير صبور
Ze wachtte ongeduldig op het antwoord.
ongeduldigheidB2
نفاد الصبر
Zijn ongeduldigheid viel iedereen op.
ongemakB2
انزعاج، إحراج
Zijn opmerking veroorzaakte enig ongemak.
ongemakkelijkheidB2
الحرج
Er hing een zekere ongemakkelijkheid in de kamer.
ongerustA2
قلق
Ik was ongerust toen je niet belde.
onmachtB2
العجز
Hij voelde onmacht tegenover de bureaucratie.
onrustB2
قلق واضطراب
Het bericht zorgde voor onrust onder bewoners.
onrustigA2
قلق مضطرب
Ik sliep onrustig voor het examen.
ontdaanB2
مصدوم
Na het ongeluk was hij helemaal ontdaan.
ontevredenB2
غير راضٍ
Veel bewoners zijn ontevreden over het besluit.
ontevredenheidB2
عدم الرضا
De ontevredenheid onder het personeel groeit.
ontgoochelingB2
خيبة الأمل
De uitslag was een grote ontgoocheling.
onthechtingB2
الانفصال العاطفي
Hij sprak met een zekere onthechting over het verleden.
ontmoedigendB2
مثبِّط للعزيمة
Zo veel fouten is ontmoedigend.
ontroerenB2
يؤثر في المشاعر
Het verhaal ontroerde de hele zaal.
ontroerendB2
مؤثر
Het was een ontroerend afscheid.
ontroeringB2
التأثر
Zijn woorden wekten ontroering bij het publiek.
ontzagB2
إجلال
Hij had ontzag voor haar kennis.
ontzettingB2
الفزع
Het nieuws werd met ontzetting ontvangen.

