المفردات
10 كلمة · صفحة 1 من 1
knikkenB2
يومئ برأسه
Hij knikte instemmend.
koesterenB2
يعتز بـ
Zij koestert de herinnering aan die zomer.
koppigB2
عنيد
Hij is te koppig om zijn fout toe te geven.
koppigheidB2
العناد
Zijn koppigheid maakte het gesprek lastig.
kwaadA2
غاضب
Hij werd kwaad om die opmerking.
kwetsbaarB2
هش، ضعيف
Ouderen zijn een kwetsbare groep.
kwetsbaarheidB2
الهشاشة
Kwetsbaarheid tonen vraagt moed.
kwetsenB2
يجرح المشاعر
Die opmerking kwetste haar diep.
kwetsendB2
مؤذٍ، جارح
Die opmerking was onnodig kwetsend.
kwinkslagB2
نكتة ذكية
Hij eindigde zijn speech met een kwinkslag.

