المفردات
166 كلمة · صفحة 5 من 7
oranjeA1
برتقالي
Het Nederlands elftal speelt in oranje.
oudA1
قديم
Dit is een oud gebouw.
overzichtA2
نظرة عامة
Hier is een overzicht van de kosten.
paarA1
زوج، بضعة
Ik blijf nog een paar dagen.
pakjeA1
طرد
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
papierA1
ورق
Schrijf het op een blaadje papier.
parapluA1
مظلة
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
parkA1
حديقة عامة
We wandelen graag in het park.
penA1
قلم
Heb je een pen voor me?
plaatsA1
مكان
Is deze plaats vrij?
planA2
خطة
Wat is het plan voor morgen?
pleinA1
ساحة
Op het plein is elke week markt.
plotselingA2
فجأة
Plotseling begon het te regenen.
portemonneeA1
محفظة
Mijn portemonnee zit in mijn tas.
postzegelA1
طابع بريد
Je hebt een postzegel nodig voor deze brief.
preciesA2
بالضبط
Wat bedoel je precies?
probleemA2
مشكلة
We hebben een klein probleem.
redenA2
سبب
Wat is de reden van je verhuizing?
rommelA1
فوضى
Wat een rommel in deze kamer!
roodA1
أحمر
Ze draagt een rode jas.
rozeA1
وردي
Zij draagt een roze jurk.
rugzakA1
حقيبة ظهر
Mijn boeken zitten in mijn rugzak.
schaarA1
مقص
Heb je een schaar voor me?
schoenenA1
حذاء
Deze schoenen zijn te klein.
schoolA1
مدرسة
Mijn kinderen gaan hier naar school.

