المفردات
473 كلمة · صفحة 12 من 19
ookA1
أيضا
Ik kom ook mee.
opA1
على
Het boek ligt op tafel.
opbellenA2
يتصل هاتفيا
Ik bel je morgen op.
openA1
مفتوح
De winkel is nog open.
openenA1
يفتح
De winkel opent om negen uur.
oplettenA2
ينتبه
Let goed op bij het oversteken.
oplossingA2
حل
Er is vast een oplossing.
opnieuwA2
من جديد
Probeer het opnieuw.
opruimenA2
يرتب
Ruim je spullen even op.
opvallenA2
يلفت الانتباه
Het valt me op dat je beter spreekt.
opzoekenA2
يبحث عن (في مرجع)
Zoek het woord even op.
oranjeA1
برتقالي
Het Nederlands elftal speelt in oranje.
oudA1
قديم
Dit is een oud gebouw.
overA1
عن؛ فوق
We praten later over dit probleem.
overalA2
في كل مكان
Er liggen overal fietsen.
overzichtA2
نظرة عامة
Hier is een overzicht van de kosten.
paarA1
زوج، بضعة
Ik blijf nog een paar dagen.
paarsA1
بنفسجي
De bloemen in de tuin zijn paars.
pakjeA1
طرد
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
pakkenA1
يمسك، يأخذ
Pak even een glas voor me.
papierA1
ورق
Schrijf het op een blaadje papier.
parapluA1
مظلة
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
pardonA1
عفوا
Pardon, mag ik er even langs?
parkA1
حديقة عامة
We wandelen graag in het park.
penA1
قلم
Heb je een pen voor me?

