Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

عوامل التصفية2

25 كلمة · صفحة 1 من 1

  • daarA1

    هناك

    Daar staat mijn fiets.

  • dagA1

    يوم

    Elke dag ga ik naar mijn werk.

  • dankjewelA1

    شكرا لك

    Dankjewel voor je hulp.

  • delenA1

    يقاسم، يقسّم

    We delen de kosten samen.

  • denkenA1

    يفكر

    Ik denk dat het goed komt.

  • derdeA1

    الثالث

    Wij wonen op de derde verdieping.

  • dertigA1

    ثلاثون

    Ik ben dertig jaar oud.

  • dichtA1

    مغلق

    Op zondag zijn de winkels dicht.

  • dichtbijA1

    قريب

    De school is heel dichtbij.

  • dikA1

    سميك

    Trek een dikke jas aan.

  • dingA1

    شيء

    Wat is dat voor een ding?

  • doeiA1

    وداعا

    Doei, tot morgen!

  • doekA1

    قطعة قماش

    Veeg de tafel af met een doek.

  • doenA1

    يفعل

    Wat doe je in het weekend?

  • doorA1

    عبر؛ بسبب

    We liepen door het park.

  • doosA1

    صندوق

    De boeken zitten in een doos.

  • dorpA1

    قرية

    Zij komt uit een klein dorp.

  • dragenA1

    يرتدي؛ يحمل

    Hij draagt een zwarte jas.

  • drieA1

    ثلاثة

    De les duurt drie uur.

  • dromenA1

    يحلم

    Ik droomde vannacht over mijn familie.

  • droogA1

    جاف

    De was is nog niet droog.

  • duizendA1

    ألف

    Er kwamen duizend bezoekers.

  • dunA1

    رفيع

    Snijd het brood dun.

  • durvenA1

    يجرؤ

    Ik durf het niet te vragen.

  • dusA1

    إذن

    Het is laat, dus ik ga naar huis.