المفردات
14 كلمة · صفحة 1 من 1
daarnaastA2
إلى جانب ذلك
Daarnaast volg ik een cursus.
daaromA2
لذلك
Het regende, daarom bleef ik thuis.
dagA1
يوم
Elke dag ga ik naar mijn werk.
dankjewelA1
شكرا لك
Dankjewel voor je hulp.
deelA2
جزء
Het eerste deel van de cursus is klaar.
dichtA1
مغلق
Op zondag zijn de winkels dicht.
dikA1
سميك
Trek een dikke jas aan.
dingA1
شيء
Wat is dat voor een ding?
doekA1
قطعة قماش
Veeg de tafel af met een doek.
doelA2
هدف
Wat is het doel van deze cursus?
doosA1
صندوق
De boeken zitten in een doos.
dorpA1
قرية
Zij komt uit een klein dorp.
droogA1
جاف
De was is nog niet droog.
dunA1
رفيع
Snijd het brood dun.

