Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

425 слів · сторінка 1 з 17

  • aanbiedenA2

    пропонувати

    Zij bood aan om te helpen.

  • aandringenB1

    наполягати

    Hij bleef aandringen op een antwoord.

  • aanhalenB2

    цитувати, посилатися

    De auteur haalt meerdere onderzoeken aan.

  • aankomenA2

    прибувати

    Wij komen om acht uur aan.

  • aankondigenB2

    оголошувати

    De gemeente kondigde nieuwe regels aan.

  • aanmeldenB1

    записуватися, реєструватися

    U kunt zich online aanmelden.

  • aanpassenA2

    пристосовувати(ся)

    Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.

  • aanradenB1

    радити

    Ik raad je aan om vroeg te komen.

  • aanrakenA2

    торкатися

    Raak de hete pan niet aan.

  • aanschuivenB2

    приєднатися до столу

    Schuif gerust aan, er is genoeg.

  • aansprekenB1

    звертатися до, робити зауваження

    Ik durfde hem er niet op aan te spreken.

  • aansturenB1

    керувати

    Zij stuurt een team van acht mensen aan.

  • aantonenB2

    доводити, демонструвати

    Het onderzoek toont aan dat de aanpak werkt.

  • aanvaardenB2

    приймати

    Zij aanvaardde de uitslag zonder protest.

  • aanvoelenB2

    відчувати інтуїтивно

    Zij voelde meteen aan dat er iets mis was.

  • aanvragenB1

    подавати заяву на

    Je kunt de toeslag online aanvragen.

  • aanvullenB1

    доповнювати

    Wil iemand dat nog aanvullen?

  • aarzelenB2

    вагатися

    Hij aarzelde voordat hij antwoordde.

  • ademenB1

    дихати

    Probeer rustig te ademen.

  • adviserenB2

    радити

    Ik adviseer je eerst te bellen.

  • afbouwenB2

    поступово скорочувати

    Hij bouwt zijn uren langzaam af.

  • afdingenB2

    торгуватися

    Op een markt mag je afdingen.

  • afleidenB2

    виводити, робити висновок

    Uit de tekst kun je afleiden dat hij twijfelt.

  • aflossenB1

    погашати (борг)

    We lossen de lening in tien jaar af.

  • afmeldenB1

    скасовувати запис

    Vergeet niet je af te melden als je niet komt.