Словник
2021 слів · сторінка 81 з 81
zonsondergangB1
захід сонця
We keken naar de zonsondergang op het strand.
zonsopgangB1
схід сонця
In de zomer is de zonsopgang heel vroeg.
zoonA1
син
Hun zoon gaat naar school.
zorgafspraakB1
прийом у медзакладі
Ik moet mijn zorgafspraak verzetten.
zorgenA2
забезпечувати; піклуватися
Ik zorg dat het op tijd klaar is.
zorgindicatieB1
висновок про потребу в догляді
Voor thuiszorg heb je een zorgindicatie nodig.
zorgmedewerkerB1
працівник догляду
De zorgmedewerker komt twee keer per dag.
zorgpasB1
картка медстрахування
Neem uw zorgpas mee naar de afspraak.
zorgplanB1
план догляду
In het zorgplan staat wie wat doet.
zorgtoeslagB1
допомога на медстрахування
Met een laag inkomen krijg je zorgtoeslag.
zorgverlenerB1
медичний працівник
Bespreek dit met uw zorgverlener.
zoutA1
сіль
Er zit te veel zout in.
zullenA1
буде (майб. час)
Zullen we koffie drinken?
zusA1
сестра
Ik bel mijn zus elke week.
zuurA2
кислий
De melk is zuur geworden.
zwagerA1
шурин, дівер
Mijn zwager woont in Rotterdam.
zwakA1
слабкий
Na de griep voelde ik me zwak.
zwangerA2
вагітна
Mijn zus is zeven maanden zwanger.
zwartA1
чорний
Hij heeft zwarte schoenen aan.
zwembadB1
басейн
Het zwembad is op maandag gesloten.
zwemmenB1
плавати
Ik ga twee keer per week zwemmen.

