Словник
612 слів · сторінка 8 з 25
herfstA1
осінь
In de herfst waait het vaak hard.
hersenenA1
мозок
Slaap is belangrijk voor je hersenen.
hetenA1
називатися, зватися
Hoe heet jij?
heupA1
стегно
Mijn oma heeft een nieuwe heup.
hierA1
тут
Ik woon hier al drie jaar.
hoeA1
як
Hoe gaat het met je?
hoekA1
кут, ріг
De bakker zit om de hoek.
hoelangA1
як довго
Hoelang woon je al in Nederland?
hoeveelA1
скільки
Hoeveel kost dit?
hoiA1
привіт
Hoi, hoe is het?
honderdA1
сто
Dat kost ongeveer honderd euro.
hongerA1
голод
Ik heb honger.
honingA1
мед
Doe wat honing in je thee.
hoofdA1
голова
Mijn hoofd doet pijn.
hoogA1
високий
Dat gebouw is heel hoog.
hopenA1
сподіватися
Ik hoop dat het lukt.
horenA1
чути
Ik hoor je niet goed.
horlogeA1
наручний годинник
Mijn horloge loopt achter.
houdenA1
тримати; любити (van)
Ik houd van koffie.
huidA1
шкіра
Bescherm je huid tegen de zon.
huilenA1
плакати
De baby huilt de hele nacht.
huisA1
дім
Ik woon in een klein huis.
huisgenootA1
сусід по квартирі
Mijn huisgenoot kookt vanavond.
huwelijkA1
шлюб, весілля
Hun huwelijk was in juni.
iedereA1
кожен
Iedere maandag heb ik les.

