Словник
425 слів · сторінка 6 з 17
groetenA2
вітатися
Groet je buren als je ze tegenkomt.
halenA2
забирати, приносити
Ik haal even brood.
hardlopenB1
бігати, біг
's Ochtends ga ik hardlopen in het park.
hatenB2
ненавидіти
Hij haat vergaderingen.
hebbenA1
мати
Wij hebben twee kinderen.
helpenA2
допомагати
Kun je me even helpen?
herhalenB1
повторювати
Kunt u dat herhalen, alstublieft?
herinnerenA2
пам'ятати, згадувати
Ik herinner me haar naam niet meer.
herkennenA2
впізнавати
Ik herkende hem meteen.
herstellenB1
одужувати
Hij is goed hersteld na de operatie.
hetenA1
називатися, зватися
Hoe heet jij?
hoestenA2
кашляти
Het kind hoest de hele nacht.
hopenA1
сподіватися
Ik hoop dat het lukt.
horenA1
чути
Ik hoor je niet goed.
houdenA1
тримати; любити (van)
Ik houd van koffie.
huilenA1
плакати
De baby huilt de hele nacht.
huiverenB2
здригатися
Bij die gedachte huiver ik.
hunkerenB2
прагнути, тужити
Hij hunkert naar rust.
implementerenB2
впроваджувати
Het nieuwe systeem wordt in maart geïmplementeerd.
imponerenB2
справляти враження
Haar kennis van de stof imponeerde de commissie.
informerenB1
інформувати; довідуватися
Wij informeren u zodra er nieuws is.
inhalenB1
обганяти
Hier mag je niet inhalen.
inloggenA2
входити в акаунт
Log in met je e-mailadres.
innoverenB2
впроваджувати інновації
Bedrijven die niet innoveren, verdwijnen.
inrichtenA2
облаштовувати
We moeten de woonkamer nog inrichten.

