Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

444 слів · сторінка 6 з 18

  • hebbenA1неправильне

    had · hadden · hebben gehad

    мати

    Wij hebben twee kinderen.


    (допоміжне дієслово перфекта)

    Ik heb de brief gisteren al geschreven.

  • helpenA1неправильне

    hielp · hielpen · hebben geholpen

    допомагати

    Kun je me even helpen?

  • herhalenB1

    herhaalde · hebben herhaald

    повторювати

    Kunt u dat herhalen, alstublieft?

  • zich herinnerenA2зворотний

    herinnerde · hebben herinnerd

    пам'ятати, згадувати

    Ik herinner me haar naam niet meer.

  • herkennenA2

    herkende · hebben herkend

    впізнавати

    Ik herkende hem meteen.

  • herstellenB1

    herstelde · zijn hersteld

    одужувати

    Hij is goed hersteld na de operatie.

  • hetenA1неправильне

    heette · heetten · hebben geheten

    називатися, зватися

    Hoe heet jij?

  • hoestenA2

    hoestte · hebben gehoest

    кашляти

    Het kind hoest de hele nacht.

  • hoevenA2неправильне

    hoefde · hoefden · hebben gehoeven

    бути потрібним (із запереченням)

    Je hoeft morgen niet naar school te komen.

  • hopenA1

    hoopte · hebben gehoopt

    сподіватися

    Ik hoop dat het lukt.

  • horenA1

    hoorde · hebben gehoord

    чути

    Ik hoor je niet goed.


    належати до, входити до

    Deze oefening hoort bij hoofdstuk drie.

  • houdenA1неправильне

    hield · hielden · hebben gehouden

    тримати; любити (van)

    Ik houd van koffie.

  • huilenA1

    huilde · hebben gehuild

    плакати

    De baby huilt de hele nacht.

  • hurenA2

    huurde · hebben gehuurd

    орендувати, наймати

    Wij huren een appartement van een woningcorporatie.

  • informerenB1

    informeerde · hebben geïnformeerd

    інформувати; довідуватися

    Wij informeren u zodra er nieuws is.

  • inhalenB1відокремлюваний

    haalde in · hebben ingehaald

    обганяти

    Hier mag je niet inhalen.


    надолужувати

    Ze moet de gemiste lessen nog inhalen.

  • inleverenA2відокремлюваний

    leverde in · hebben ingeleverd

    здати (роботу, річ)

    Je moet je huiswerk voor vrijdag inleveren.

  • inloggenA2відокремлюваний

    logde in · hebben ingelogd

    входити в акаунт

    Log in met je e-mailadres.

  • inpakkenA2відокремлюваний

    pakte in · hebben ingepakt

    пакувати; збирати (речі)

    Morgen gaan we op vakantie, dus ik moet nog inpakken.

  • inrichtenA2відокремлюваний

    richtte in · hebben ingericht

    облаштовувати

    We moeten de woonkamer nog inrichten.

  • zich inschrijvenB1відокремлюванийзворотнийнеправильне

    schreef in · schreven in · hebben ingeschreven

    записатися, зареєструватися

    Je kunt je online inschrijven voor de cursus.

  • instappenA2відокремлюваний

    stapte in · zijn ingestapt

    сідати (у транспорт)

    U kunt achterin instappen.

  • instemmenB1відокремлюваний

    stemde in · hebben ingestemd

    погоджуватися

    De meerderheid stemde met het voorstel in.

  • zich interesserenB1зворотний

    interesseerde · hebben geïnteresseerd

    цікавитися

    Hij interesseert zich voor geschiedenis.

  • invullenA2відокремлюваний

    vulde in · hebben ingevuld

    заповнювати

    Vul het formulier volledig in.