Словник
430 слів · сторінка 6 з 18
de hartslagA1
пульс, серцебиття
Mijn hartslag gaat snel na het sporten.
het hekA1
паркан, хвіртка
Doe het hek achter je dicht.
de helftA1
половина
De helft van de klas was ziek.
de herfstA1
осінь
In de herfst waait het vaak hard.
de hersenenA1
мозок
Slaap is belangrijk voor je hersenen.
de heupA1
стегно
Mijn oma heeft een nieuwe heup.
de hoekA1
кут, ріг
De bakker zit om de hoek.
de hondA1
собака
De hond moet hier aangelijnd zijn.
de hongerA1
голод
Ik heb honger.
de honingA1
мед
Doe wat honing in je thee.
het hoofdA1
голова
Mijn hoofd doet pijn.
голова, керівник
Het hoofd van de afdeling neemt het besluit.
het horlogeA1
наручний годинник
Mijn horloge loopt achter.
het hotelA1
готель
We slapen twee nachten in een hotel in Brugge.
de huidA1
шкіра
Bescherm je huid tegen de zon.
het huisA1
дім
Ik woon in een klein huis.
de huisgenootA1
сусід по квартирі
Mijn huisgenoot kookt vanavond.
de hulpA1
допомога
Bedankt voor je hulp.
het huwelijkA1
шлюб, весілля
Hun huwelijk was in juni.
het ideeA1
ідея
Dat is een goed idee.
het ijsA1
лід, морозиво
De kinderen willen een ijsje.
de informatieA1
інформація
Meer informatie vind je op de website.
het jaarA1
рік
Een jaar heeft twaalf maanden.
de jamA1
джем, варення
Ik eet brood met jam.
januariA1
січень
Mijn cursus begint in januari.
de jasA1
куртка
Doe je jas aan, het is koud.

