Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

1962 слів · сторінка 46 з 79

  • opvallenA2відокремлюванийнеправильне

    viel op · vielen op · zijn opgevallen

    впадати в око

    Het valt me op dat je beter spreekt.

  • opwarmenA2відокремлюваний

    warmde op · hebben opgewarmd

    розігрівати

    Warm het eten even op in de magnetron.

  • opzeggenA2відокремлюванийнеправильне

    zei op · zeiden op · hebben opgezegd

    розривати, скасовувати

    Ik wil mijn contract opzeggen.

  • opzijA2

    убік

    Ga even opzij, er komt een fietser aan.

  • opzoekenA2відокремлюванийнеправильне

    zocht op · zochten op · hebben opgezocht

    подивитися, знайти (у словнику, на мапі)

    Zoek het woord even op.


    відвідати, зайти до (когось)

    Ik ga dit weekend mijn oma opzoeken.

  • oranjeA1

    помаранчевий

    Het Nederlands elftal speelt in oranje.

  • de organisatieA2

    організація

    Zij werkt voor een organisatie die vluchtelingen helpt.

  • organiserenA2

    organiseerde · hebben georganiseerd

    організовувати

    Wij organiseren zaterdag een feest voor de buren.

  • oudA1

    старий

    Dit is een oud gebouw.

  • de oudersA1

    батьки

    Mijn ouders wonen nog in Polen.

  • de ovenA2

    духовка

    Zet de oven op 180 graden.

  • de ovenschaalA2

    форма для запікання

    Doe alles in een ovenschaal.

  • overA1

    про; через (час)

    We praten later over dit probleem.

  • overalA2

    скрізь

    Er liggen overal fietsen.

  • overdagA2

    вдень

    Overdag werk ik en 's avonds volg ik een cursus.

  • de overheidA1

    держава, влада

    De overheid heeft nieuwe regels aangekondigd.

  • het overhemdA2

    сорочка (з комірцем)

    Voor het feest trek ik een wit overhemd aan.

  • overlijdenA2неправильне

    overleed · overleden · zijn overleden

    померти

    Zijn vader is vorig jaar in het ziekenhuis overleden.

  • overmorgenA1

    післязавтра

    Overmorgen begint mijn vakantie.

  • overstappenA2відокремлюваний

    stapte over · zijn overgestapt

    робити пересадку

    In Utrecht moet je overstappen.


    переходити (до іншого постачальника)

    Veel mensen stappen over naar een goedkopere zorgverzekering.

  • overtuigenA2

    overtuigde · hebben overtuigd

    переконувати

    Hij wist iedereen te overtuigen.

  • de overurenA2

    понаднормові години

    Deze week heb ik veel overuren gemaakt.

  • het overzichtA2

    огляд, зведення

    Hier is een overzicht van de kosten.

  • het paarA1

    пара, кілька

    Ik blijf nog een paar dagen.

  • het paardA2

    кінь

    Het paard graast in de wei.