Словник
1230 слів · сторінка 44 з 50
vindenA2
знаходити; вважати
Ik kan het niet vinden.
vingerA1
палець
Ik heb mijn vinger gesneden.
visA1
риба
Op vrijdag eten we vaak vis.
vitamineA2
вітамін
In de winter slik ik extra vitamine D.
vlaA1
ванільний десерт
Als toetje eten we vla.
vleesA1
м'ясо
Zij eet geen vlees.
vliegtuigA2
літак
Het vliegtuig vertrekt om zeven uur.
vloerA1
підлога
De vloer is nog nat.
vloerverwarmingA2
тепла підлога
In de badkamer ligt vloerverwarming.
voedingsmiddelA2
харчовий продукт
Sommige voedingsmiddelen bevatten veel zout.
voedingswaardeA2
харчова цінність
De voedingswaarde staat op de verpakking.
voedselA2
продовольство, їжа
Er wordt veel voedsel weggegooid.
voelenA2
відчувати
Ik voel me vandaag beter.
voetA1
ступня
Mijn voet doet zeer.
volA1
повний
De bus is helemaal vol.
volgendA1
наступний
Volgende week begin ik met de cursus.
voorA1
для; перед
Dit cadeau is voor jou.
vooralA2
особливо, головним чином
Ik oefen vooral spreken.
voorbeeldA2
приклад
Kun je een voorbeeld geven?
voorbereidenA2
готувати(ся)
Ik bereid me voor op het examen.
voordeurA1
вхідні двері
De voordeur zit op slot.
voorgerechtA2
закуска
Als voorgerecht nemen we soep.
voorkomenA2
траплятися; запобігати
Dat probleem komt hier vaak voor.
voorraadA2
запас, наявність
We hebben het niet meer op voorraad.
voorraadkastA2
комора для продуктів
Het meel staat in de voorraadkast.

