Словник
2021 слів · сторінка 41 з 81
moeilijkA1
важкий
Nederlands is soms moeilijk.
moetenA1
мусити
Ik moet nu weg.
mogelijkA2
можливий
Is het mogelijk om later te komen?
mogelijkheidA2
можливість
Er is nog een andere mogelijkheid.
mogenA1
можна, мати право
Mag ik hier zitten?
momentA1
момент
Een moment, ik kom eraan.
mondA1
рот
Doe je mond open, zegt de tandarts.
mooiA1
гарний
Wat een mooie foto!
morgenA1
завтра
Morgen begin ik vroeg.
motivatieB1
мотивація
Schrijf in je brief iets over je motivatie.
motiverenB1
мотивувати
De docent weet studenten goed te motiveren.
muntA2
монета
Heb je een munt van twee euro?
muntgeldA2
монети
Voor de kar heb je muntgeld nodig.
museumB1
музей
Het museum is op maandag gesloten.
museumkaartB1
музейна картка
Met een museumkaart kom je overal gratis binnen.
muurA1
стіна
Aan de muur hangt een schilderij.
muziekA1
музика
Ik luister graag naar muziek.
muzieklesB1
урок музики
Mijn zoon heeft op woensdag muziekles.
naA1
після
Na het eten gaan we wandelen.
naamA1
ім'я
Wat is jouw naam?
naarA1
до, в (напрямок)
Ik ga naar mijn werk.
naastA1
поруч із
Hij zit naast mij.
nachtA1
ніч
Vannacht heb ik slecht geslapen.
nachtdienstA2
нічна зміна
Deze week heb ik nachtdienst.
nadenkenA2
обмірковувати
Ik moet er nog even over nadenken.

