Словник
612 слів · сторінка 4 з 25
derdeA1
третій
Wij wonen op de derde verdieping.
dertigA1
тридцять
Ik ben dertig jaar oud.
deurA1
двері
Doe je de deur even dicht?
dichtA1
зачинений
Op zondag zijn de winkels dicht.
dichtbijA1
близько
De school is heel dichtbij.
dikA1
товстий
Trek een dikke jas aan.
dingA1
річ
Wat is dat voor een ding?
dinsdagA1
вівторок
Dinsdag heb ik een afspraak.
dochterA1
донька
Onze dochter is vijf jaar oud.
doeiA1
бувай
Doei, tot morgen!
doekA1
ганчірка
Veeg de tafel af met een doek.
doenA1
робити
Wat doe je in het weekend?
dokterA1
лікар
Ik ga morgen naar de dokter.
donderdagA1
четвер
De les is op donderdagavond.
doorA1
через; через (причина)
We liepen door het park.
doosA1
коробка
De boeken zitten in een doos.
dorpA1
село
Zij komt uit een klein dorp.
dorstA1
спрага
Heb je dorst?
doucheA1
душ
Ik neem 's ochtends een douche.
dragenA1
носити
Hij draagt een zwarte jas.
drempelA1
поріг
Pas op voor de drempel bij de deur.
drieA1
три
De les duurt drie uur.
drinkenA1
пити
Wat wil je drinken?
dromenA1
бачити сни, мріяти
Ik droomde vannacht over mijn familie.
droogA1
сухий
De was is nog niet droog.

